Vermeulen & Cliquet

Teksten

Teksten:
Het XYZ van lichamelijke integriteit (B. Teeuwen)
Over seksueel misbruik (K. Cliquet)
Over zelfdoding na verkrachting
Afscheid van een dierbare cliŽnte
Over seksueel misbruik tussen kinderen
Relatietherapie met twee therapeuten
Waarom relatietherapie
Crisis binnen de relatie
Patronen binnen de relatie


Patronen binnen de relatie

(Harrie Vermeulen)

We hebben allerlei illusies over relaties. Deze illusies zullen juist in een intieme partnerrelatie naar de oppervlakte komen in de vorm van patronen, projecties enz.. In de gestalttherapie proberen we het gewaarzijn over deze projecties en patronen te verhogen. Het gewaarzijn alleen al betekent verandering.

Het gewaarzijn richt zich op de wisselwerking van figuur en achtergrond: Zit er een bepaald patroon in wat steeds figuur wordt? Anders gezegd: Wat is de figuur die geleidelijk aan voorgrond wordt binnen het veld van de vele figuren die we gezien hebben? Of nog anders gezegd: Wat valt op in wat steeds opvalt (Frans Meulmeester, 2004. p. 41)?

Gaandeweg de gesprekken die het echtpaar met elkaar voert in de therapiekamer, kun je dus een patroon herkennen. Dat is veldgewaarzijn.  Een patroon is de wijze waarop iets zich telkens weer herhaalt en waar de interactie van het echtpaar in vastloopt. Vastlopen wil zeggen dat er iets wezenlijks gebeurt. Bijvoorbeeld: Telkens. wanneer de man gepassioneerd vertelt en met zijn bovenlichaam naar voren komt, valt zijn partner stil en drukt haar bovenlichaam tegen de leuning van de stoel.

Een patroon is dus een herhaling van gedrag. Het lijkt er op alsof het proces stopt. De interactieve cirkel wordt onderbroken. Er ontstaat irritatie, teleurstelling, boosheid en frustratie bij het echtpaar. Het is disfunctioneel gedrag dat leidt tot patstellingen en stagnatie in de relatie. Als je als therapeut zelf het patroon niet ziet dan kun je ook altijd het echtpaar vragen: ďhoe doen jullie dat eigenlijkĒ? Wat doet die ander waardoor jij doet wat je doet?

Het gaat bij echtparen steeds om circulaire patronen die aanvullend (complementair) zijn. Dat is opwinding/spanning vermijdend, terwijl echte polariteit juist voor spanning zorgt.

Echtparen roepen elkaars gedrag op. Hij doet zo en dat maakt dat zij zo reageert en omgekeerd. Het patroon is  dus de wijze waarop ze het doen.

Een patroon wordt dus altijd met z`n tweeŽn maakt. In een relatie zijn er geen slachtoffers en daders. Een slachtoffer is een actieve medewerker van het patroon slachtoffer/dader. Bij disfunctionerende paren is het naÔef te veronderstellen dat een van de twee de boosdoener is. Ze zijn alle twee deel van een problematische relatie. Dat maakt dat je als therapeut meerzijdig partijdig kunt blijven. Meerzijdig partijdig wil zeggen dat je geen partij kiest. Als je als therapeut niet meerzijdig partijdig bent, vormt het koppel een bondje en verlies je als therapeut je geloofwaardigheid.

Hoe ontstaan patronen ?

Bij de ontwikkeling van kind naar volwassene wordt het verlangen van het kind niet altijd bevredigd. Het kind heeft behoeften en verlangens. Behoeften en verlangens creŽren een spanningsveld tussen organisme en omgeving. We willen iets uit onze omgeving tot ons nemen. We worden bang voor de pijn die dit veroorzaakt. De vrees dat we niet datgene krijgen uit onze omgeving om onze behoeften te bevredigen, boezemt angst in. De angst om het vreemde aan te gaan. De angst voor af te gaan, de angst voor afwijzing, de angst verlaten te worden, de angst om aan ons lot te worden overgelaten. We creŽren een compromis; een compromis volgens het poldermodel: Er vindt afstemming plaats met alle partijen en ieder krijgt dan wat, een beetje wordt onze behoefte bevredigd en we ervaren niet te veel angst. De wortels van gedragspatronen liggen dus veelal in het gezin van herkomst. Daarin leer je te overleven. Daarin ontwikkel je patronen. In patronen zitten zowel overlevingsstrategieŽn als kwaliteiten.

In het gezin van herkomst hebben we gedrag geleerd dat de angst doet verminderen en een beetje het verlangen bevredigt. Het patroon dient om met de spanning tussen angst en verlangen om te gaan. Dat is een gedragspatroon; een manier waarop ik omga met moeilijke situaties. Dit patroon neem ik mee in mijn leven, ook buiten het gezin van herkomst. Het was toen de best mogelijke oplossing voor moeilijke situaties in het verleden. Het is een creatieve aanpassing (afstemming). Het was functioneel toen, maar nu niet meer. Deze patronen worden echter gebruikt om tegenwoordige problemen op te lossen en ze houden het aangaan van nieuwe patronen tegen, die meer functioneel zijn. Ook in leersituaties worden we voortdurend geconfronteerd met de beperkende werking van leersituaties (Marjo Korrel,  2003, p. 48). De mate van ingewikkeldheid van onze overlevingsstrategieŽn is tevens een graadmeter voor het neurotisch gehalte daarvan (Ernst Knijff, 2000, p. 98).

Het gezin van herkomst is het nest waar je uit komt. Dat is zo vertrouwd. De nestgeur kun je niet ruiken; daar heb je geen gewaarzijn over. Zo ook met gedragspatronen, men is het gewoon en men heeft er geen gewaarzijn over.

Onder ieder patroon zit een behoefte, nood of verlangen. Als we ons richten op het oorspronkelijke verlangen roept dat altijd angst op. Het onderhouden van patronen kost veel energie. Het is de balans tussen behoefte en angst die veel energie vraagt.

Stereotype rolpatronen in relaties

Zowel de topdog-underdog- als de dader-slachtoffer-patronen zijn stereotype rolpatronen. Het zijn pseudo-conflicten tussen valse alternatieven. Geen compromis, geen schikking, geen wapenstilstand leidt bij deze rolpatronen tot vooruitgang. Alles wat gebeurt binnen deze disfunctionele systemen leidt tot stagnatie. Binnen de rolpatronen van  topdog-underdog en de dader-slachtoffer vinden we geen reŽle polariteiten. De kwaliteiten binnen bijvoorbeeld topdog-underdog zijn aan beide kanten hetzelfde. Het zijn complementaire rollen (Frank M Steammler).

Het topdog-underdog-spel en het dader-slachtoffer-spel zijn zinloze spelen zonder einde. Belangrijk is het om dat te herkennen en het vermogen te creŽren om eruit te stappen; het te kunnen laten. Deze patronen hebben een enorme zuigkracht. We moeten stoppen met kwetsen en stoppen met ruzie maken.

Het topdog-underdog-spel kenmerkt zich door (Ernst Knijff, 2000, p. 92):

-         de oeverloosheid van de discussie

-         het nep-dialogische

-         het veelvuldig gebruik van clichťs

-         het impliciete van uitgewisselde boodschappen door o.a. een communicatie via retorische vragen

-         een interne meta- meta-communicatie

-         een ingehouden emotionaliteit

Deze kenmerken ontstaan door het samenspel van topdog en underdog waarbij de volgende kenmerken complementair ten opzichte van elkaar zijn:

 Topdog                                                                                  Underdog

 Verwijtend                                                                             verdedigend en verontschuldigend

 Veroordelend                                                                         schijnbaar welwillend

 Prekerig                                                                                  quasi niet begrijpend

Onder de machtstrijd tussen de topdog en de underdog en het slachtoffer en de dader zit veel verdriet en pijn. Het uit een machtstrijd geraken kun je alleen doen door je hoofd te buigen. Willen luisteren is een vorm van je hoofd buigen; je trots opzij zetten. Je kunt alleen zelf je hoofd buigen. Dan geef je aan dat je geen zin meer hebt in het patroon.

We dienen als therapeuten altijd relationeel naar een koppel te kijken. Daarom zijn er voor ons geen slachtoffers in de relatie alleen actieve medewerker

Literatuur

Knijff Ernst (red.). Denken en andere alledaagse begrippen vanuit gestalttherapie begrepen. Berchem: EPO, 1999  

Korrel, Marjo. Het begeleiden van effectieve leerprocessen.. Soest: Nelissen,  2003

Meulmeester Frans.Veranderen is stilstaan. Voorlopige uitgave Multi-di-Mens, 2004

Staemmler Frank M. On layers and phases. Gestalt Journal; 17,1

 
 

Berg en Dalseweg 102 | 6522 BS Nijmegen | telefoon 024-3224788